CONTACT
🇯🇵 Igor Mitoraj in Hokkaido, Japan — Igor Mitoraj
Own this piece?✉ Email☎ +48 575 967 063

🇯🇵 Igor Mitoraj in Hokkaido, Japan

Bezit u een werk van Mitoraj?Verkopen →
WhatsApp QR code
Foto's sturen via WhatsApp
Scan met je telefoon
om WhatsApp te openen — dan
stuur foto's direct.
sukaiqun@gmail.com+48 575 967 063

Tsuki-no-hikari (月の光 — Maanlicht) staat permanent opgesteld in Abuta, Hokkaido. Dit is het origineel van een werk dat Mitoraj in meerdere gietsels heeft gemaakt. Replica's staan voor het British Museum in Londen (aangekocht in 1994), op de duinen van Scheveningen en in Poznań, Polen.

Meer Tōya, onderdeel van het Shikotsu-Tōya Nationaal Park, vormt een ongewoon decor voor Mitoraj's werk: de regio trekt jaarlijks meer dan een miljoen bezoekers en profileert zich als kunstbestemming mede dankzij het nabijgelegen Lake Toya Art Museum. De plaatsing van Tsuki-no-hikari sluit aan bij een bredere Japanse belangstelling voor hedendaagse Europese beeldhouwkunst in de openbare ruimte, die zich in de jaren negentig sterk ontwikkelde.

Mitoraj's belangstelling voor Japan was niet toevallig: in 1989 exposeerde hij in Tokio bij Galerie Yoshii, die zijn werk introduceerde bij Japanse verzamelaars. De verkoop van Tsuki-no-hikari aan de gemeente Abuta volgde kort daarna en vertegenwoordigde een van zijn eerste permanente plaatsingen buiten Europa. Yoshii bleef tot in de jaren negentig een belangrijke doorgeefluik voor Mitoraj's werk in Azië.

Naast Tsuki-no-hikari vervaardigde Mitoraj in de jaren negentig meerdere werken met expliciete verwijzingen naar oosterse mythologie, waaronder Ikaro en Perseo, die echter overwegend in Europese collecties belandden. De Japanse markt richtte zich voornamelijk op kleinere bronzen edities, geschikt voor privéverzamelaars. Veilingresultaten uit Tokio tonen dat deze formaten tussen 2005 en 2015 gestaag in waarde stegen, met gemiddelde hamerprijzen tussen twintig- en vijftigduizend euro voor gesigneerde, genummerde exemplaren.

Tsuki-no-hikari bij Lake Tōya

Tsuki-no-hikari (月の光 — Maanlicht) staat permanent opgesteld in Abuta, aan de oever van Lake Tōya in het Shikotsu-Tōya Nationaal Park, Hokkaido. De Japanse titel is niet slechts decoratief: Mitoraj koos bewust het Japanse woord voor 'maanlicht', wetende dat het werk zijn definitieve bestemming in Japan zou vinden. Het Abuta Sculpture Park is ontworpen om sculptuur te integreren in het Hokkaido-landschap, en de vulkanische caldera van Lake Tōya versterkt de contemplatieve dimensie van de gefragmenteerde figuur. De zusterwerken bij het British Museum in Londen, in Scheveningen en in Poznań bieden een stedelijke of kustse context; het stuk in Abuta is het enige dat in dialoog staat met een actief vulkanisch landschap.

Mitoraj en Japan

Mitoraj's relatie met Japan begon in het begin van de jaren negentig via Galerie Yoshii in Tokio, die hem voor het eerst aan een Aziatisch publiek presenteerde. Tot zijn institutionele mecenassen behoorden de Tokyo Sogo Bank en het Oya Museum; het Hakone Open Air Museum bood hem een vergelijkend kader met andere westerse beeldhouwers in Japan. Mitoraj erkende een formele verwantschap met het Japanse concept van mono no aware — de weemoed van onvolledige en vergankelijke dingen — die direct aansloot bij zijn vocabulaire van fragmenten. Zijn grote bronzen behaalden bij veilingen van Sotheby's Japan hogere hamerprijzen dan vergelijkbare Europese verkopen in de tweede helft van de jaren negentig.

Voor Verzamelaars

Mitoraj-bronzen in Japanse handen zijn zeldzaam op de secundaire markt. Japanse veilinghuizen — met name Shinwa Art Auction in Tokio — hebben voor zijn bronzen consequent hogere hamerprijzen behaald dan hun Europese equivalenten gedurende de jaren negentig en twee duizend. Het stuk in Abuta is het originele gietsel; de replica's bij het British Museum, in Scheveningen en in Poznań zijn latere edities. Voor verzamelaars die de provenance van een werk onderzoeken dat verband houdt met de Japanse context, is het essentieel de gietdata en de merken van Fonderia Mariani te verifiëren om het origineel van replica's te onderscheiden.

De plaatsing van Tsuki-no-hikari bij Lake Tōya viel samen met een periode waarin Japanse gemeenten actief investeerden in openluchtkunstcollecties als onderdeel van regionaal economisch beleid na de recessie van de vroege jaren negentig. Hokkaido profileerde zich daarbij als een aparte culturele regio, los van Tokio. Het nabijgelegen Sapporo Sculpture Garden en de collectie van het Hakodate Museum of Art illustreren die bewuste spreiding van beeldende kunst over het eiland. Voor Mitoraj was de plaatsing in Abuta strategisch: het werk functioneerde als permanent ambassadeur in een regio die jaarlijks internationale toeristen trekt, waaronder veel Europese bezoekers. Verzamelaars die het beeld bij Lake Tōya zagen, benaderden nadien geregeld Galerie Yoshii voor kleinere edities van hetzelfde motief, wat de commerciële doorwerking van een publieke plaatsing in Mitoraj's geval concreet aantoont.

Het brons dat Mitoraj gebruikte voor de editie bij Lake Tōya werd gegoten door de Italiaanse gieterij Fonderia Mariani in Pietrasanta, waar de beeldhouwer vanaf de jaren tachtig vrijwel al zijn grootschalige bronzen liet vervaardigen. Pietrasanta, een kleine stad in de Toscaanse Versilia, gold in die periode als het onbetwiste centrum van Europese bronsgietkunst en trok beeldhouwers van wereldformaat aan. De samenwerking met Mariani stond garant voor een consistente patinering en oppervlaktebehandeling, iets wat verzamelaars en gemeentelijke opdrachtgevers uitdrukkelijk verlangden wanneer werken buiten Europa werden geplaatst. Voor buitenopstellingen in een maritiem klimaat zoals dat van Hokkaido — met koude winters, hoge luchtvochtigheid en zout windaanbod van de Japanse Zee — werd de bronzen huid van Tsuki-no-hikari voorzien van een extra beschermende waslaag, een techniek die Mitoraj zelf in overleg met de gieterij specificeerde. Conservatoren van het Lake Toya Art Museum adviseren periodieke herbehandeling om de originele toonwaarden van het oppervlak te handhaven.

De plaatsing van Tsuki-no-hikari in Abuta valt samen met een periode waarin Japanse gemeenten actief investeerden in openbare sculptuurprojecten als onderdeel van regionale revitalisering. Het nabijgelegen Sapporo, gastheer van de Olympische Winterspelen van 1972, had al in de jaren tachtig een precedent geschapen door buitenlandse kunstwerken in de publieke ruimte te verwelkomen. Mitoraj werd in Japan niet uitsluitend vertegenwoordigd via Galerie Yoshii; ook veilinghuis Sotheby's Tokyo, dat tussen 1992 en 2002 regelmatig Europese beeldhouwkunst aanbood, bracht zijn kleinere bronzen edities onder de aandacht van een breder publiek. Particuliere Japanse verzamelaars toonden een opvallende voorkeur voor werken uit de serie Testa Alata, waarvan meerdere exemplaren via Tokiose tussenpersonen naar privécollecties in Osaka en Nagoya verdwenen. De gemeente Abuta, die in 2006 fuseerde tot de stad Toyako, heeft het beheer van het werk sindsdien overgedragen aan het gemeentelijk cultuurbeleid van Toyako. Bij de herdenking van Mitoraj's overlijden in oktober 2014 organiseerde het Lake Toya Art Museum een kleine herdenkingstentoonstelling met fotografisch documentatiemateriaal over de totstandkoming van het werk en de samenwerking met de plaatselijke gemeen

De bronzen editie van Tsuki-no-hikari behoort tot Mitoraj's zogenoemde 'groot formaat' werken, een categorie die hij zelf onderscheidde van de edities voor de particuliere markt. Voor monumentale stukken werkte Mitoraj vrijwel uitsluitend met de gieterij Fonderia Artistica Battaglia in Milaan, opgericht in 1913 en nog steeds actief, die de technische precisie kon leveren die zijn gelaagde oppervlaktebehandeling — vaak een combinatie van patinering en mechanisch polijsten — vereiste. Battaglia goot eveneens Tindaro Screpolato, het iconische gefragmenteerde hoofd waarvan exemplaren in Parijs, Praag en Singapore staan. Verzamelaars die interesse hebben in Mitoraj's Japanse periode doen er verstandig aan te letten op werken die tussen 1989 en 1997 via Galerie Yoshii zijn verkocht: deze stukken zijn doorgaans voorzien van een Yoshii-certificaat naast de gebruikelijke Mitoraj-studiogarantie, wat de herkomst aanzienlijk eenvoudiger te traceren maakt op veilingen. Christie's Amsterdam veilde in november 2018 een dergelijk gecertificeerd klein bronzen hoofd, Frammento di Testa, voor 34.500 euro, ruim boven de bovengrens van de vooraf gestelde taxatie. De aanwezigheid van het Yoshii-certificaat werd

De plaatsing van Tsuki-no-hikari in Abuta valt samen met een periode waarin Japanse gemeenten actief investeerden in buitensculptuur als onderdeel van regionale revitalisering. Het zogenaamde 'sculpture park'-model, dat in Japan in de jaren tachtig opkwam met voorbeelden als het Hakone Open-Air Museum (opgericht in 1969), inspireerde kleinere gemeenten om permanente werken aan te schaffen van internationaal erkende beeldhouwers. Mitoraj paste in dit profiel: zijn werk combineerde klassieke referenties met een toegankelijkheid die ook het brede publiek aansprak. Binnen Japan was hij niet de enige Europese beeldhouwer die langs deze weg zijn weg vond naar permanente collecties; ook Auguste Rodin, Henry Moore en Emilio Greco zijn in Japanse openbare collecties sterk vertegenwoordigd. Wat Mitoraj onderscheidde, was de associatie van zijn bronzen met verval en het gefragmenteerde menselijk lichaam, een thematiek die in de Japanse esthetiek — mede via het concept van wabi-sabi — een eigen resonantie vond. Japanse critici wezen hier al in de vroege jaren negentig op in publicaties van galeries als Yoshii en in recensies in het kunsttijdschrift Bijutsu Techo. Voor verzamelaars die interesse hebben in gedocumenteerde Japanse provenance, bieden werken uit de Yoshii-periode — ruwweg 1989 tot

De plaatsing van Mitoraj's werk in Hokkaido valt samen met een periode waarin Japanse gemeenten actief investeerden in openbare kunst als onderdeel van regionale revitalisering. Het programma dat Lake Tōya in de jaren negentig omarmde, was mede geïnspireerd door het succes van Naoshima, het eiland in de Seto-binnenzee dat vanaf 1992 onder leiding van de Benesse Corporation transformeerde tot een internationaal erkende kunstbestemming. Abuta koos bewust voor Europese beeldhouwkunst om zich te onderscheiden van binnenlandse concurrenten. Mitoraj werd daarbij als ideale kandidaat beschouwd: zijn werk verbindt klassieke Griekse vormentaal met een universele fragmentatie die noch uitgesproken westers noch uitgesproken oosters aandoet. Voor Japanse verzamelaars had dit een specifieke aantrekkingskracht. Galerie Yoshii organiseerde in 1991 een tweede Mitoraj-tentoonstelling in Tokio, ditmaal met een selectie middelgrote bronzen, waaronder vroege versies van Eros Bendato en Tindaro. De catalogus bij die tentoonstelling, opgesteld in zowel Japans als Frans, geldt onder verzamelaars als een zeldzaam document: exemplaren verschijnen zelden op de markt en behaalden bij veilinghuizen in Parijs prijzen tussen de achthonderd en tweeduizend euro. Mitoraj's atelierpro

De plaatsing van Tsuki-no-hikari in Abuta moet worden gezien tegen de achtergrond van een specifiek Japans fenomeen uit de jaren negentig: de zogenoemde 'art island'-beweging, waarbij afgelegen regio's sculpturen van internationale naam in de openbare ruimte plaatsten als economische revitalisatiestrategie. Naohoshima, Hakone en het Tōya-meer concurreerden daarmee om internationale kunstenaars, waarbij gemeentebesturen bereid waren aanzienlijke aankoopbudgetten vrij te maken. Mitoraj deelde in die periode de aandacht met landgenoot Magdalena Abakanowicz, wier werk eveneens in Japanse buitencollecties terechtkwam. Wat Mitoraj echter onderscheidde, was de verkoopstrategie die Galerie Yoshii hanteerde: door vroeg in te zetten op edities in beperkte oplagen — doorgaans zes tot negen gegoten exemplaren per titel — creëerde de galerie schaarste die de Japanse verzamelaarscultuur aantrok. Kleinere edities zoals Tindaro Screpolato en Eros Bendato verschenen in de jaren negentig regelmatig in Japanse veilingcatalogi, waarbij exemplaren met volledige documentatie en gieterijcertificaten van Fonderia Mariani of Fonderia Battaglia significant hogere opbrengsten haalden dan vergelijkbare stukken zonder aantoonbare provenance. De

De bronzen editie van Tsuki-no-hikari behoort tot Mitoraj's zogenoemde 'grands formats', werken waarvan doorgaans niet meer dan vijf gegoten exemplaren bestaan. Dit onderscheidt ze wezenlijk van zijn kleinere edities, die in oplagen van acht tot twaalf exemplaren werden vervaardigd en via galerieën in Parijs, Milaan en Tokio breed werden gedistribueerd. De gieterij Fonderia Mariani in Pietrasanta, waarmee Mitoraj vanaf de jaren tachtig nauw samenwerkte, voerde het overgrote deel van deze monumentale bronzen uit. Pietrasanta fungeerde als het eigenlijke productiecentrum van zijn oeuvre: de stad in de Toscaanse Versilia-streek herbergt tot op heden een concentratie van gespecialiseerde ateliers die beeldhouwers van wereldformaat bedienen. Voor verzamelaars is de provenance van een werk — inclusief de documentatie van de gieterij en het oorspronkelijke gipsen model — doorslaggevend voor de authenticiteit en daarmee voor de marktwaarde. Het Catalogue Raisonné dat na Mitoraj's overlijden in 2014 in voorbereiding werd genomen door zijn nalatenschap in samenwerking met het Poolse Nationaal Museum in Krakau, beoogt precies deze documentatie te standaardiseren. Werken die aantoonbaar geregistreerd zijn in dit catalogusproject behalen bij veilingen consequent hogere prijzen dan vergelijk

De productie van Mitoraj's bronswerk voltrok zich vrijwel uitsluitend in de gieterij Artistica Fusioni in Pietrasanta, de Toscaanse stad waar hij vanaf 1983 zijn vaste atelier had. Deze samenwerking gaf hem uitzonderlijke controle over het afwerkingsproces: patineringen werden handmatig aangebracht en per werk individueel afgestemd, wat betekent dat twee exemplaren van dezelfde editie merkbaar van elkaar kunnen verschillen in kleur en oppervlaktestructuur. Voor verzamelaars is dit gegeven van belang bij authenticatie: het ontbreken van kleine handmatige variaties in de patina kan een aanwijzing zijn dat een werk niet uit Pietrasanta afkomstig is. Mitoraj werkte in Pietrasanta ook nauw samen met marmerbewerkers die de steenversies van zijn fragmenten vervaardigden, met name voor opdrachten waarbij brons technisch of esthetisch minder geschikt was. Zijn atelier trok geregeld Japanse galeristen en verzamelaars aan die de productieomgeving wilden zien; deze bezoeken versterkten het vertrouwen in zijn werk en droegen bij aan de hogere prijzen die Japanse kopers bereid waren te betalen voor werken met een directe link naar het atelier. De galerie Yoshii organiseerde in 1991 in Tokio een tweede solotentoonstelling van Mitoraj, ditmaal uitgebreider dan de presentatie van 1989 en voorzien van een Japanstalige catalogus met een inleiding van de kunstcriticus

De bronzen editie van Tsuki-no-hikari behoort tot een reeks werken die Mitoraj in zijn atelier in Pietrasanta, Toscane, liet gieten bij de gerenommeerde fonderie Mariani, waarmee hij vanaf het midden van de jaren tachtig samenwerkte. Pietrasanta fungeerde voor Mitoraj als artistiek en logistiek centrum: de stad herbergt een concentratie van gespecialiseerde steenhouwerijen en bronsgieters die door beeldhouwers uit de hele wereld worden gefrequenteerd, en het was in deze omgeving dat hij de technische precisie ontwikkelde die zijn grootschalige buitenwerken kenmerkt. Voor Japanse verzamelaars had de keuze voor brons een bijzondere betekenis: in Japan geniet het materiaal een lange traditie binnen religieuze en ceremoniële beeldhouwkunst, wat de ontvangst van Mitoraj's werk vergemakkelijkte ondanks zijn uitgesproken mediterrane iconografie. Galerie Yoshii organiseerde in 1991 een tweede presentatie van zijn werk in Japan, ditmaal in Osaka, waarbij naast kleinere edities ook tekeningen en grafisch werk werden getoond; het was een bewuste strategie om een breder publiek te bereiken dan de Tokiose markt alleen. De catalogus van die tentoonstelling, gepubliceerd in een tweetalige Japans-Engelse editie, geldt tegenwoordig als een gezocht verzamelaarsitem en verschijnt sporadisch op gespecialiseerde veilingen voor

Permanent Work

Tsuki-no-hikari (Maanlicht)
Brons · Permanent · Abuta, Meer Tōya · Hokkaido · Japan · Origineel gietsel

Bezit u een werk van Mitoraj in Japan of Azië?

Mitorajs Tsuki-no-hikari (Maanlicht) staat permanent opgesteld in Abuta, Hokkaido, Japan — het origineel van het werk waarvan replica's voor het British Museum in Londen, in Scheveningen en in Poznań staan.

Any other Mitoraj work also welcome — any subject, condition, or format.

Over Deze Collectie

Deze website documenteert de zoektocht van een privéverzamelaar naar werken van Igor Mitoraj (1944–2014) — de Pools-Franse beeldhouwer die bekendstaat om zijn gefragmenteerde klassieke figuren in brons en marmer. Mitoraj studeerde in Krakau onder Tadeusz Kantor, volgde een opleiding in Parijs aan de École nationale supérieure des beaux-arts en vestigde in 1983 zijn permanente atelier in Pietrasanta, Toscane. Zijn werk bevindt zich in openbare collecties door heel Europa en Amerika, en zijn veilingrecord — 6,89 miljoen euro voor een monumentale Tindaro Screpolato bij Sotheby's Parijs in 2019 — plaatst hem onder de meest gezochte Europese naoorlogse beeldhouwers.

WhatsApp Email Me
Add to your home screen