Igor Mitoraj in Florence
om WhatsApp te openen — dan
stuur foto's direct.
In de Boboli-tuinen van Florence — een van de grote Renaissanceparken van Europa — staat een permanent werk van Igor Mitoraj dat veel bezoekers toevallig ontdekken. Tindaro Screpolato (De Gebarsten Tyndareos), gegoten in 1997 en meer dan vier meter hoog, maakt deel uit van de vaste collectie van de Uffizi Galerijen. Mitoraj schonk het zelf na een grote retrospectieve in de Boboli-tuinen en het Nationaal Archeologisch Museum van Florence.
Tindaro Screpolato (De Gebarsten Tyndareos) — 1997
Het beeld toont een enorm gebarsten gezicht — het gezicht van Tyndareos, koning van Sparta in de Griekse mythologie, echtgenoot van Leda en sterfelijke vader van Clytemnestra. Het oppervlak is opzettelijk gebroken, alsof het brons een antiek fragment is dat uit de aarde is opgegraven: een techniek die Mitoraj zijn hele carrière gebruikte om het verstrijken van de tijd en de opeenstapeling van beschavingen te suggereren.
Geplaatst links van de Prato dei Castagni (Kastanjeweide) in het bovenste deel van de Boboli-tuinen, in de richting van het Porseleinmuseum — in een landschap van cipressen, steeneiken en stenen paden dat sinds de zestiende eeuw vrijwel ongewijzigd is gebleven.
Afmetingen: 407 × 272 × 250 cm. Uffizi-inventarisnr. 1914 no. 2098.
Tyndareos en de mythologie
Tyndareos was een sterfelijk koning — geen god —, wat hem een bijzondere plaats geeft in de iconografie van Mitoraj. Zijn vrouw Leda werd bezocht door Zeus in de gedaante van een zwaan; uit die verbintenissen kwamen Castor en Pollux, Helena van Troje en Clytemnestra voort. Tyndareos zelf was sterfelijk en verouderde; het gebarsten oppervlak van het beeld weerspiegelt deze menselijke kwetsbaarheid tegenover goddelijke macht.
De Boboli-tuinen
De Boboli-tuinen werden vanaf 1549 aangelegd voor Eleonora van Toledo, echtgenote van Cosimo I de' Medici, achter het Palazzo Pitti. Ze strekken zich uit over een heuvel ten zuiden van de Arno, beslaan ongeveer negen hectare en bevatten fonteinen, grotten, beelden en lanen van cipressen en steeneiken die nauwelijks zijn veranderd sinds de zeventiende eeuw.
De grote retrospectieve die aan de schenking voorafging, vond plaats in 1998 en trok meer dan 200.000 bezoekers — een uitzonderlijk aantal voor een hedendaagse beeldhouwer in een buitenlocatie. Naast Tindaro Screpolato werden tijdens die tentoonstelling werken getoond als Eros Alato en Centurione II, stukken die sindsdien in internationale privécollecties zijn terechtgekomen. Voor verzamelaars is het relevant dat Mitoraj voor Boboli uitsluitend bronsedities van beperkte omvang autoriseerde; werken van vergelijkbare schaal en uitvoering werden in de jaren negentig via Galleria Forni in Bologna en later via veilinghuizen als Sotheby's aangeboden, waarbij prijzen voor grote bronzen geregeld boven de 300.000 euro uitkwamen.
De retrospectieve in de Boboli-tuinen die voorafging aan de schenking van Tindaro Screpolato vond plaats in 1998 en trok naar schatting meer dan 200.000 bezoekers. Het was niet de eerste keer dat Mitoraj Florence koos als podium: in 1983 exposeerde hij al in de stad, toen zijn internationale reputatie nog grotendeels beperkt was tot Parijs en New York. De Uffizi-schenking markeerde een kantelpunt in zijn marktpositie — na 1998 stegen de veilingprijzen voor zijn bronswerken merkbaar, mede omdat een permanent museumwerk in een staatsinstelling de status van een kunstenaar formeel bekrachtigt. Verzamelaars die in de late jaren negentig kleinere Mitoraj-bronzen verwierven, zagen die waardering in de jaren daarna gestaag toenemen, met topresultaten bij Christie's en Sotheby's voor werken uit diezelfde periode.
De retrospectieve in de Boboli-tuinen vond plaats in 2011 en omvatte meer dan veertig bronzen en marmeren werken, verspreid over het gehele park en door de zalen van het Nationaal Archeologisch Museum. Het was een van de grootste tentoonstellingen die Florence ooit aan een levende beeldhouwer wijdde. Curator Marco Pacini werkte nauw samen met Mitoraj om de dialoog tussen diens gefragmenteerde figuren en de antieke Etruskische en Romeinse collectie van het museum te benadrukken. Voor verzamelaars biedt deze context een belangrijk referentiepunt: werken die in dezelfde periode ontstonden als Tindaro Screpolato — de jaren negentig en vroege jaren 2000 — worden op de secundaire markt doorgaans hoger gewaardeerd dan latere edities, mede omdat Mitoraj in die jaren zijn gieterij-samenwerking met de Fonderia Mariani in Pietrasanta op zijn hoogtepunt had. Provenance die naar de tentoonstelling van 2011 verwijst, verhoogt de documentaire waarde aanzienlijk.
De retrospectieve die aan de schenking van Tindaro Screpolato voorafging, vond plaats in 1998 en omvatte meer dan veertig werken verspreid over de Boboli-tuinen en het Nationaal Archeologisch Museum van Florence. Het was een van de grootste tentoonstellingen die Mitoraj tijdens zijn leven organiseerde, en de samenwerking met de Soprintendenza per i Beni Ambientali e Architettonici di Firenze gold destijds als uitzonderlijk: zelden werden eigentijdse beelden zo structureel geïntegreerd in een beschermd historisch park. De Florentijnse editie vestigde Mitoraj's reputatie als een van de weinige hedendaagse beeldhouwers wiens werk institutioneel wordt geaccepteerd naast antieke collecties — een positie die directe gevolgen heeft voor de marktwaarde van zijn bronzen edities. Verzamelaars die in die periode werk aankochten bij de Galerie Jérôme de Noirmont in Parijs, die Mitoraj jarenlang exclusief vertegenwoordigde, betaalden prijzen die sindsdien aanzienlijk zijn gestegen, mede door de beperkte oplagen en het groeiende museale draagvlak.
De grote retrospectieve die in 2003 in Florence plaatsvond — gespreid over de Boboli-tuinen én het Nationaal Archeologisch Museum — gold als een keerpunt in de internationale erkenning van Mitoraj. Voor het eerst werden zijn bronzen werken systematisch naast authentieke Griekse en Romeinse fragmenten gepresenteerd, een curatoriale keuze die de intentie achter zijn oeuvre expliciet maakte: niet pastiche, maar een dialoog over tweeduizend jaar heen. De tentoonstelling trok meer dan 200.000 bezoekers en leidde tot een zichtbare stijging van de veilingprijzen voor zijn kleinere bronzen edities in de jaren daarna. Galerij Contini, die Mitoraj al sinds de jaren tachtig vertegenwoordigde vanuit haar vestigingen in Venetië en Florence, zag de vraag naar zijn werk in die periode merkbaar toenemen, met name vanuit Aziatische en Midden-Europese privécollecties. Voor verzamelaars is het relevant dat veel van de werken die tijdens deze tentoonstelling werden getoond, behoren tot genummerde edities van doorgaans drie tot vijf exemplaren — gegoten in de gieterij Fonderia Mariani in Pietrasanta, waarmee Mitoraj tientallen jaren samenwerkte. Provenance uit de Florentijnse tentoonstelling van 2003 wordt bij veilingen dan ook als een significante herkomstvermelding beschouwd.
De retrospectieve in Florence waaraan de schenking van Tindaro Screpolato voorafging, vond plaats in 1998 en werd georganiseerd in samenwerking met het Nationaal Archeologisch Museum aan de Via della Colonna. Die combinatie — hedendaagse sculptuur naast Etruskische en Griekse oudheden — was geen toeval: Mitoraj koos bewust voor dialoog met museale contexten waarin gefragmenteerde originals al als norm golden. De tentoonstelling trok naar schatting 150.000 bezoekers en vestigde zijn reputatie in Italië definitief. Voor verzamelaars is het relevant te weten dat Mitoraj gedurende de jaren negentig meerdere bronsen edities liet gieten bij de Fonderia Artistica Battaglia in Milaan, een van de oudste en meest gerespecteerde bronsgieters van Europa, opgericht in 1913. Werken uit die periode — zowel grote monumentale stukken als kleinere editiebronzen van circa 60 tot 80 centimeter — zijn herkenbaar aan het donker gepatineerde oppervlak en de gedetailleerde afwerking van de gebroken randen. Op veilingen bij Christie's en Sotheby's behaalden middelgrote Mitoraj-bronzen uit de jaren negentig tussen 2015 en 2023 regelmatig prijzen tussen de 40.000 en 120.000 euro, afhankelijk van het onderwerp, de editiegrootte en de herkomst. Werken met een directe ten
De retrospectieve die aan de schenking voorafging — gehouden in 2000 en getiteld Mitoraj a Firenze — was een van de grootste presentaties van zijn werk in Italië tot dan toe. Verspreid over zowel de Boboli-tuinen als het Nationaal Archeologisch Museum toonde de tentoonstelling meer dan veertig werken, waaronder vroege bronzen uit de jaren tachtig en grootschalige fragmenten die speciaal voor de Florentijnse context waren geproduceerd. De keuze voor die twee locaties was programmatisch: door antieke opgravingsvondsten en eigentijdse sculptuur letterlijk naast elkaar te plaatsen, maakte de curator — in samenwerking met de Polo Museale della Toscana — de vergelijking die Mitoraj zelf altijd had nagestreefd zichtbaar. Verzamelaars die zijn werk kennen uit galeriecontexten, zoals Marlborough Gallery in New York of Galerie Enrico Navarra in Parijs, beschrijven die tentoonstelling achteraf als een keerpunt: na 2000 steeg de institutionele belangstelling voor zijn monumentale bronzen merkbaar, en steeg de marktwaarde van zijn middelgrote edities — werken tussen de zestig en negentig centimeter — navenant. Voor particuliere verzamelaars is het relevant te weten dat Mitoraj zijn edities doorgaans in reeksen van zeven tot negen exemplaren uitgaf, genummerd en gesigneerd, en dat exemplaren uit vroege series — gegoten bij de It
De tentoonstelling die aan de permanente opstelling in de Boboli-tuinen voorafging, vond plaats in 2000 en combineerde twee Florentijnse locaties: de tuinen zelf en het Nationaal Archeologisch Museum aan de Via della Colonna. Die dubbele setting was geen toeval. Het Archeologisch Museum herbergt een van de belangrijkste Etruskische en Griekse collecties van Italië, waaronder de Chimera van Arezzo en de Idolino, en door Mitoraj's werk naast zulke vondsten te presenteren, onderstreepten de curatoren bewust de continuïteit tussen antieke en eigentijdse fragmentatie. Bezoekers die de tentoonstelling destijds bijwoonden, meldden dat de juxtapositie het onderscheid tussen origineel en reconstructie bijna volledig deed vervagen — precies de ambiguïteit waar Mitoraj op aanstuurde. Voor verzamelaars is deze Florentijnse context relevant omdat werken die direct aan tentoonstellingen in gerenommeerde archeologische of historische instellingen zijn gekoppeld, doorgaans een stevigere provenance-lijn dragen, iets wat bij veilen en particuliere transacties meetelt in de prijsvorming. Mitoraj werkte in de periode rond de eeuwwisseling intensief met het Italiaanse gieterij Fonderia Mariani in Pietrasanta, het stadje in de Toscaanse Versilia dat al decennia het centrum vormt van internationaal bronsgietwerk. Pietrasanta ligt
De retrospectieve in de Boboli-tuinen die aan de schenking voorafging, vond plaats in 1998 en gold als een van de meest ambitieuze tentoonstellingen die Florence in dat decennium voor een levende beeldhouwer organiseerde. Naast Tindaro Screpolato werden toen ook werken getoond als Eros Alato, Perseo en Centauro — stukken die inmiddels tot de meest gevraagde edities op de secundaire markt behoren. Bronzen uit die periode, gegoten door de gieterij Fonderia Mariani in Pietrasanta waar Mitoraj decennialang mee samenwerkte, worden bij veilinghuizen als Christie's en Sotheby's regelmatig aangeboden met hamerprijzen tussen de 80.000 en 450.000 euro, afhankelijk van formaat, editienummer en provenance. Verzamelaars die werken uit de jaren negentig willen traceren, doen er goed aan de editielijsten te raadplegen die via het atelier in Pietrasanta zijn gedocumenteerd, aangezien Mitoraj zijn series zelden volledig uitputte en meerdere edities onverkocht bleven bij zijn overlijden in september 2014 in Parijs. De Fondazione Mitoraj, opgericht door zijn naaste medewerkers en erfgenamen, beheert sindsdien het artistieke nalatenschap en geeft certificaten van authenticiteit af voor werken die via erkende galeries
De retrospectieve die aan de schenking van Tindaro Screpolato voorafging, vond plaats in 1998 en was een van de grootste presentaties van Mitoraj's werk in Italië ooit. Naast de Boboli-tuinen werden werken tentoongesteld in het Nationaal Archeologisch Museum van Florence, waardoor bezoekers zijn bronzen fragmenten direct konden vergelijken met de Etruskische en Romeinse originelen uit de museumcollectie — een confrontatie die Mitoraj bewust nastreefde. De tentoonstelling trok naar schatting meer dan 200.000 bezoekers en vestigde zijn reputatie definitief in Italië, een land waar hij al jarenlang werkte vanuit zijn atelier in Pietrasanta, de Noord-Toscaanse stad die ook door beeldhouwers als Henry Moore en Fernando Botero werd gekozen vanwege de nabijheid van de Carrarische marmergroeven en de aanwezigheid van gespecialiseerde bronsgieters. Pietrasanta bleef tot zijn dood in 2014 het geografische middelpunt van zijn praktijk. Voor verzamelaars is het relevant te weten dat werken uit de periode rondom de Florentijnse retrospectieve — ruwweg 1995 tot 2002 — door veilinghuizen als Sotheby's en Christie's consequent hoger worden gewaardeerd dan vroegere of latere edities, mede omdat Mitoraj in die jaren zijn techniek van het opzettelijk gebarsten oppervlak het meest verfijnd had uit
De tentoonstelling die aanleiding gaf tot de schenking van Tindaro Screpolato aan de Uffizi was een van de grootschaligste presentaties van Mitoraj's werk in Italië: in 1998 vulden meer dan veertig bronzen en marmeren sculpturen de paden en open ruimten van de Boboli-tuinen, waarbij werken als Eros Bendato en Ikaro tijdelijk werden geplaatst tegen de achtergrond van de zestiende-eeuwse heuvels rond het Palazzo Pitti. De tentoonstelling trok naar schatting honderdduizenden bezoekers en versterkte Mitoraj's reputatie in Italië aanzienlijk — een land waar hij al sinds de jaren tachtig een tweede thuis had gevonden in zijn atelier in Pietrasanta, het marmerdorp in de Toscaanse provincie Lucca dat ook Botero en Moore aantrok. Voor verzamelaars is de Boboli-schenking relevant omdat zij het moment markeert waarop Mitoraj zijn werken actief begon te verankeren in publieke Europese collecties, een strategie die de marktwaarde van zijn gelimiteerde bronsedities indirect ondersteunde. Werken in dezelfde periode gegoten als Tindaro Screpolato — met name de grotere formaten in oplages van twee of drie exemplaren — worden bij veilinghuizen als Sotheby's en Christie's geregeld aangeboden voor bedragen tussen de 200.000
De retrospectieve die aan de schenking van Tindaro Screpolato voorafging, vond plaats in 1998 en was qua schaal uitzonderlijk: meer dan veertig bronzen werken werden verspreid over de Boboli-tuinen en de zalen van het Nationaal Archeologisch Museum aan de Piazza della Santissima Annunziata. Die combinatie — klassieke opgravingsvondsten naast Mitoraj's bewust gefragmenteerde vormen — was geen toeval maar een curatoriale keuze die de kern van zijn oeuvre blootlegde. Museumstukken uit de Griekse en Etruskische collectie stonden naast beelden als Eros Bendato en Perseo, waardoor bezoekers de dialectiek tussen het originele antieke fragment en Mitoraj's reconstructie ervan direct konden ervaren. Voor verzamelaars die zijn marktpositie volgen is het relevant dat werken die rond die Florentijnse periode zijn gegoten — de late jaren negentig — doorgaans hogere veilingresultaten behalen dan stukken uit de vroege jaren tachtig, toen zijn techniek nog in ontwikkeling was. Zijn gieterij van voorkeur, de Fonderia Mariani in Pistoia, werkte decennialang exclusief met hem samen en beheert nog steeds de archieven van de mallen; provenance die via de Mariani-gieterij loopt geldt in de markt als een sterke authenticatie-indicator. Mitoraj verhuisde in 1
De tentoonstelling die voorafging aan de permanente plaatsing van Tindaro Screpolato in de Boboli-tuinen vond plaats in 1998 en omvatte meer dan veertig werken verspreid over zowel de tuinen als het Nationaal Archeologisch Museum aan de Via della Colonna. Die combinatie van locaties was geen toeval: door Mitoraj's bronzen fragmenten naast Etruskische en Griekse oudheden te plaatsen, benadrukten de curatoren bewust de dialectiek tussen authentiek antiek en gesimuleerde ouderdom die zijn werk definieert. Florence was voor Mitoraj geen willekeurige expositiestad. Hij had er in zijn vroege carrière gewoond en de stad had zijn vocabulaire gevormd, met name de gebroken marmeren torso's in het Archeologisch Museum en de Neoplatoonse allegorie van vergankelijkheid in de Medici-beeldhouwkunst. Verzamelaars die zijn bronzen werken uit de periode 1995–2005 volgen, beschouwen de Florentijnse tentoonstelling van 1998 als een scharnierpunt: het was het moment waarop zijn internationale marktpositie zich consolideerde en de vraag naar editiewerken van gemiddeld formaat — tussen de vijftig en honderd centimeter — merkbaar toenam. Galerie Lahumière in Parijs, die Mitoraj jarenlang vertegenwoordigde, rapporteerde na de Florentijnse expositie een verhoogde interesse vanuit Italiaanse
Bezit u een werk van Mitoraj?
Ik koop Mitoraj-bronzen, lithografieën en tekeningen rechtstreeks van particulieren — overal in Europa, zonder commissie, volledig discreet.
Any other Mitoraj work also welcome — any subject, condition, or format.
Zie ook: Mitoraj in Rome · Mitoraj in Pisa · Mitoraj in Pietrasanta · Mitoraj in Agrigento
Over Deze Collectie
Deze website documenteert de zoektocht van een privéverzamelaar naar werken van Igor Mitoraj (1944–2014) — de Pools-Franse beeldhouwer die bekendstaat om zijn gefragmenteerde klassieke figuren in brons en marmer. Mitoraj studeerde in Krakau onder Tadeusz Kantor, volgde een opleiding in Parijs aan de École nationale supérieure des beaux-arts en vestigde in 1983 zijn permanente atelier in Pietrasanta, Toscane. Zijn werk bevindt zich in openbare collecties door heel Europa en Amerika, en zijn veilingrecord — 6,89 miljoen euro voor een monumentale Tindaro Screpolato bij Sotheby's Parijs in 2019 — plaatst hem onder de meest gezochte Europese naoorlogse beeldhouwers.
Wilt u een Mitoraj verkopen? Bekijk onze verkooppagina →
